Lathyrusbij in onze kerktuin

Lathyrusbij in onze kerktuin

Door: Henk Dijkink, vrijwilliger kerktuin Oude Kerk

Soester Jaap van den Berg is imker en deskundige op het gebied van solitaire, wilde bijen. Hij is initiatiefnemer van de
bijen- en vlindertuin aan de Boekweitland te Soest. Daarnaast zorgde hij ervoor dat gemeente Soest een bijvriendelijke
gemeente werd, als onderdeel van Nederland Zoemt. Kortom, een gedreven bijenvriend. Jaap neemt geregeld een kijkje in onze tuin. Recent trof hij een bijzondere bij in de lathyrus aan: de lathyrusbij, hoe origineel! Niet zeldzaam, maar wel speciaal, voor het midden van ons land. ‘De Hof van Lof’ is de derde locatie in Soest waar de bij is gezien.

De latyrusbij komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. Maar doordat we met een warmer klimaat te maken krijgen, tref je de bij steeds vaker in meer noordelijke gebieden aan. In Nederland wordt de bij voornamelijk in het zuiden van Limburg en in Zeeland aangetroffen. Maar een opmars in noordelijke richting valt nu waar te nemen. Vorig jaar trof hij de gehoornde metselbij aan in “De Hof van Lof”, de eerste (!) waarneming in Soest. Reden voor hem om op de Nationale Open Imkerijdag (zaterdag 11 juli j.l.) een bijenfietsexcursie in Soest te organiseren en met 15 deelnemers diverse mooie bijen-locaties te bezoeken. En daar hoort ‘De Hof van Lof’ ook bij! Henk Dijkink heeft uitleg over het ontstaan van onze kerktuin gegeven, en Frans Hoogeweg was present om de groep te begeleiden de toren te beklimmen.
Foto: Jaap van den Berg

Over de beeldenschat van de Oude Kerk

Over de beeldenschat van de Oude Kerk

Door: Dick Kreuzen (archivaris Oude Kerk)

Na afloop van een van de muzikale voordrachten van het duo Rens Bijma – Kees Bregman kwam ik in gesprek met Gert Bouwman die mij vertelde dat zijn schoonzoon een scriptie had geschreven over de passieretabel van Soest. Daar wilde ik graag meer van weten, vandaar dat ik vroeg of ik die kon lenen. En daaruit voortvloeiend heb ik getracht een samenvatting te maken die ik anderen niet wil onthouden.

Bij de restauratie van de toren werden op 1 september 1905 in een dichtgemetseld vertrek achttien eikenhouten sculpturen en fragmenten van pijpaarden beeldjes ontdekt. Het gaat daarbij om twee helften van een Marianum, tien vrijstaande sculpturen met voorstellingen van: Maria met kind, Anna-te – drieën, Petrus, Paulus, Johannes de Doper, Adrianus, een niet identificeerbare Priester, een niet identificeerbare Paus, Cunera en Agatha. Verder retabelfragmenten met voorstellingen van Christus in de Hof van Olijven, de Geseling, de Kruisdraging, de Calvarie, de Graflegging en Christus in het Voorgeborchte.

Verondersteld wordt dat deze beelden verstopt zijn toen plunderende Calvinisten in 1580 rondtrokken door het Gooi. Om verder verval tegen te gaan zijn de beelden direct na hun vondst geprepareerd met een harspreparaat en overgedragen aan het huidige Rijksmuseum te Amsterdam. Bijkomend voordeeltje voor de Gemeente Soest was dat de restauratiekosten van de toren daardoor gedeeltelijk werden overgenomen door het rijk. Van de retabelkast zijn enkele consoles en loden elementen ook bewaard gebleven.
Het belang van deze vondst voor de kunstwereld is in het bijzonder dat het de enige overgebleven complete middeleeuwse retabel betreft, waarvan bijna zeker is dat het afkomstig is van een en dezelfde beeldsnijder (of een atelier). Dit in tegenstelling tot andere beeldengroepen, waarvan onduidelijk is of ze van dezelfde maker zijn.

Een eerste beschrijving van de beeldenschat is vlak na de vondst gedaan door J. Kalf *) Door Klara Broekhuijsen-Kruijer *) is in 1984 onderzoek gedaan naar de samenstelling van de retabel. Volgens haar reconstructie had de retabel oorspronkelijk een afmeting van ca. 4m bij 1,55 a 1,80 m. Ze had de vorm van een T-vormige kast, onderverdeeld in zeven compartimenten waarbij het middelste Christus aan het kruis vertoonde. Voortbordurende op het onderzoek van Klara Broekhuijsen-Kruijer en op basis van de stilistiek van de beelden heeft Bas Nederveen *) een nadere inschatting gemaakt naar de ouderdom van de beelden. Hij moest wel zo te werk gaan omdat er geen archivalia beschikbaar zijn over de beelden. Het wordt door hem aannemelijk gemaakt dat de vrouwelijke heilige zonder hoofd de Heilige Agatha voorstelt. Immers zij is de patroonheilige van het gilde in Soest.

De retabel zelf wordt gedateerd op ca. 1481 – 1494. Het zal volgens zijn inschatting en argumentatie reeds spoedig na de herbouw van de kerk na de brand van 1481 zijn vervaardigd. De vervaardiger van deze beeldengroep heeft de noodnaam gekregen van Meester van het Retabel van Soest. Omdat er verder geen archivalia over de beelden bestaan zal men het hier voorlopig mee moeten doen. Gezien de belangrijke plaats binnen het rituele gebeuren zal de retabel al snel na de herbouw van de kerk zijn gemaakt. Ditzelfde geldt ook voor de beelden van Petrus en Paulus die immers de patroonheiligen van de kerk waren. Door Nederveen zijn twee gravures ontdekt waarnaar twee van de retabelgroepen zijn gesneden. Dit betreft de fragmenten de Geseling en het Voorgeborchte. (zie ook bijgaande foto’s)

Gezien de grote overeenkomsten tussen de beelden en de gravures kunnen sommige losse beeldfragmenten nu beter geplaatst worden binnen de retabel. De hier bedoelde gravures zijn gemaakt door de Meester van de Banderolles die een passiecyclus maakte omstreeks 1470. Hij ontleende zijn ontwerpen weer aan een aantal andere gravures. Van de 106 bekende gravures met zijn hand bleken er 34 integrale kopieën te zijn en 63 bevatten motieven van andere gravures. Schertsend wordt wel eens gesteld dat de Meester van de Banderolles ook een Meester kopiist was. De altaren van de broederschappen zijn meestal ook versierd met beelden van hun patroonheiligen, die ook daarom als eersten na de brand zullen zijn aangeschaft. Dit betreft dan de Annabroederschap. Naast de Anna te Drieën wordt de staande Madonna met kind door Nederveen gedateerd op 1481-1494. Met als maker een beeldsnijder uit de omgeving van Jan Nude (†1494) . Die werkzaam was in Utrecht.

De beelden van een onbekende Priester en onbekende Paus hebben niet voldoende kenmerken om ze aan een bepaalde bekende beeldsnijder toe te schrijven, zodat er volstaan wordt om ze te dateren op ongeveer 1500.
Het beeld van Adrianus wordt naar aanleiding van het harnas dat hij draagt en zijn hoofddeksel gedateerd op omstreeks 1500. De beelden van Petrus, Paulus en Johannes de Doper worden toegeschreven aan één atelier en worden gedateerd uit voor 1507. Omstreeks 1520 zijn de laatste drie sculpturen uit Soest gereed gekomen te weten: de beide helften van het Marianum, St. Cunera en St. Agatha. Deze beelden worden op grond van hun stilistiek met dezelfde maker in verband gebracht. Zij worden gedateerd op omstreeks 1525. Dat de sculptuur van St. Agatha de schutspatroon van het schuttersgilde pas rond 1525 lijkt te zijn gemaakt, heeft er mogelijk mee te maken dat het gilde haar pas laat als schutspatroon koos. (De naam Aechtengilde komt pas voor in acten van Soest uit 1569.)

*) Literatuur:
J. Kalf: Een belangrijke vondst Het Huis oud en nieuw 3 1905 pp 289-301
Klara Broekhuijsen-Kruijer; Het Passieretabel uit Soest. Bulletin van het Rijksmuseum, 1984, 32 p 3-16
Bas Nederveen: Soest, tussen Amersfoort en Utrecht. Een studie naar de herkomst van de laatgotische sculptuur uit de Hervormde Kerk te Soest (Doctoraalscriptie Universiteit van Amsterdam 1999)
Bas Nederveen: Het Passieretabel uit Soest. Kanttekeningen bij een reconstructie Bulletin van het Rijksmuseum, …. p 271-281

In het kader van “kerkepad” werden in 1978 enkele beelden tijdelijk weer tentoongesteld in De Oude Kerk. Dit betrof: staande geestelijke, Johannes de Doper, Maria met kind, de pijpaarden madonnakop en enkele losse pijpaarden fragmenten. Ook in 1985 is een aantal beelden in De Oude Kerk tentoongesteld.
Het zou mij een goed idee lijken wanneer bij de herinrichting van De Oude Kerk voor de samengevoegd Protestante Gemeente Soest ook weer een plek werd ingeruimd voor in ieder geval een deel van deze middeleeuwse kunstuitingen. Het lijkt mij altijd beter wanneer de beelden zichtbaar in onze kerk staan, dan wanneer ze voor niemand zichtbaar in een depot liggen.

De Hof van Lof heeft het zwaar …..

De Hof van Lof heeft het zwaar …..

Door: Henk Dijkink (vrijwilliger kerktuin ‘Hof van Lof’)

Een echte winter hebben we wéér niet gehad. Maar wel een erg natte maand februari. Met vervolgens veel zon en hoge temperaturen in maart. Vandaar dat bomen en struiken al vroeg begonnen uit te lopen. En de bollen kwamen dit jaar ook weer vroeger boven de grond. Dus was er begin maart al voldoende werk aan de winkel in “de Hof van Lof”. Door de vele stormen lagen er heel wat dode takken en bladeren, en was het dus opruimen geblazen. Intussen is de tuin weer mooi op orde. De corona-tijd heeft de werkzaamheden niet echt dwars gezeten. Een ieder heeft zo zijn eigen perkje te onderhouden, dus je loopt elkaar niet voor de voeten. En de tuin is groot genoeg om afstand te bewaren!

Hadden we vorig jaar veel last van de buxusmot, dit jaar veel minder. Logisch, er zijn zoveel buxussen geruimd vorig jaar, dat de buxusmot veel minder plekjes heeft om haar eitjes te leggen. En ja, ook de koolmezen weten de rupsen nu te vinden. Mei werd gekenmerkt door een warme en droge maand. Dus de planten helpen met wat sproeiwater is een goede zaak. Ook de dahliaknollen zitten weer in de grond en worden rijkelijk begieterd. Want ze moeten in het najaar wel weer uitbundig bloeien!

Komende orgelconcerten te volgen via livestream

Komende orgelconcerten te volgen via livestream

Vanwege de coronamaatregelen konden de laatste drie concerten in de Oude Kerk helaas niet doorgaan.
Voor de komende orgelconcerten van Berry van Berkum (op 21 juni) en Gonny van der Maten (op 12 juli) mogen er maar 30 bezoekers bij het concert aanwezig zijn in de kerk.

U kunt zich hiervoor aanmelden:
Stuur uw aanmelding (onder vermelding van de concertdatum) per mail naar dok-concerten@famsolleveld.nl
Per aanmelding mogen maximaal 2 personen uit 1 huishouden worden aangemeld
De eerste 30 verzoeken (personen) worden gehonoreerd en ontvangen een bevestigingsmail en een protocol dat geldt bij het bezoeken van het concert.
Valt uw aanmelding buiten de 30 bezoekers die worden toegelaten, dan ontvangt u daarover geen mail.
De bevestigingsmail dient als toegangsbewijs en moet worden getoond bij de ingang van de kerk.

Het concert wordt live gestreamd via https://kerkdienstgemist.nl/stations/687-De-Oude-Kerk-Soest Zo kunt u het concert in uw eigen huis live beluisteren.
Omdat aan de organisatie van de DOKconcerten kosten verbonden zijn, vragen wij de luisteraars van de live-stream om een financiële bijdrage over te maken via NL30 INGB 0009 4453 40 t.n.v. Stichting Kerk en Cultuur Oude Kerk Soest (ANBI status), onder vermelding van ‘DOK concert + de datum van het betreffende concert′. Op deze manier blijft het mogelijk om mooie, kwalitatief goede concerten te blijven organiseren. Onze hartelijke dank alvast.

Geen zomeropenstelling in de Oude Kerk dit jaar

Geen zomeropenstelling in de Oude Kerk dit jaar

Helaas heeft de werkgroep Zomeropenstelling Oude Kerk moeten besluiten om de zomeropenstelling dit jaar niet door te laten gaan. Veiligheid voor zowel bezoekers als vrijwilligers die als gastheer of gastvrouw in de kerk aanwezig zijn, staat uiteraard voorop. Daarom blijft het bord ‘de kerk is open’ deze zomer binnen.

De zomerconcerten zijn verplaatst naar volgend jaar en we hopen dat de geplande tentoonstelling van de Soester kunstenaar Peter van Oostzanen nu volgend jaar zomer in de Oude Kerk te zien zal. De kerktuin is natuurlijk wél open voor bezichtiging (met inachtneming van de coronaregels).

We zien uit naar de zomeropenstelling van 2021 en hopen u/jullie dan te zien!